Opzouten met je Sint Maarten

DCF 1.0
DCF 1.0

Er werd op de deur geklopt. Toen op het raam. Weer op de deur.

Omdat niemand anders aanstalten maakte om naar de gang te lopen, deed ik het maar.

Ah, er is toch iemand, werd er geroepen.

Vijf kleuters begonnen keihard te zingen.

Drie moeders keken vertederd toe.

Toen het liedje afgelopen was, zei ik: jullie hebben heel mooi gezongen, maar kijk, wij hebben geen lichtje voor het raam. Wij doen niet mee.

Aaach, klonk het, het hardst uit de monden van de moeders.

Maar ze hebben wel mooi gezongen, toch, vroeg er een.

Alsof ik dat niet net had gezegd.

Het was de avond die je wist dat zou komen nadat er weer een bericht verscheen over onze ongezonde levensstijl. Het nieuws was deze keer dat veel meer mensen en ook jongeren ouderdomssuiker zullen krijgen.

Snoepen wordt het nieuwe roken.

Later vertellen mijn kinderen tegen hun dochters over vroeger, toen ze met enorme snoepzakken op schoolreisje gingen. Net zoals ik vertel dat er vroeger op verjaardagen glazen met sigaretten op tafel stonden, voor de gasten. Dat onze huisarts zat te roken achter zijn bureau.

Ik snap best dat het leuk of spannend is voor kinderen om op een doordeweekse avond in het donker met lampionnen te lopen en een liedje te zingen. Ik begrijp iets minder goed dat ze daar wat voor moeten krijgen. En ik begrijp he-le-maal niet dat je als moeder verwacht dat iedereen meedoet – ook al heb je geen lichtje voor je raam – en teleurgesteld √°aah roept als je kind geen snoep krijgt.

Net zoals die moeders niet zullen begrijpen dat er mensen zijn die niet meedoen met het fantastische leuke Sint-Maartenkinderfeestje, die hun lieve kinderen geen snoep geven terwijl ze zo mooi hebben gezongen, en echt wel een pondje snoep verdienen, iets wat ze maar zelden krijgen omdat het nogal slecht voor ze is.

Een kwartier later had ik nog last van een piepend oor.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *